Wij hebben in de afgelopen maanden samen met ruim twintig nationale sleutelfiguren de transitie naar een duurzame energiehuishouding onderzocht. Centrale vragen: waarom gaat het zo langzaam en hoe kunnen we versnellen? We constateren dat er veel te veel aandacht is voor technologische innovatie, en veel te weinig voor de samenhangende institutionele innovatie. Oude wetten, financiële afspraken en organisatorische muren staan nieuwe, duurzame technologie in de weg. We zien ook dat de Nederlandse overheid in een lastig parket zit. We zijn het meest fossiele land van Europa; financieel en politiek verweven met gasinkomsten. Grote energiebedrijven blijken sterk bepalende spelers die geremd worden door lange verplichtingen op hun miljarden¬investeringen. De relatie tussen markt en overheid is dan ook erg complex. Werkende coalities komen nauwelijks tot stand en tussen de partijen is een impasse ontstaan. De noodzakelijke institutionele vernieuwingen blijven dus uit, de belangen zijn zó groot.
Uit ons onderzoek kwam een duidelijk antwoord naar voren. De verbinding tussen centrale en decentrale sturing van nieuwe ontwikkelingen moet veel sterker. Vooral de lokale energietransitie moet meer slagkracht krijgen. Wie in Nederland om zich heen kijkt, ziet genoeg interessante lokale en regionale, gebiedsgerichte initiatieven. De Stad van de Zon bij Heerhugowaard, Texel¬energie en biopark Terneuzen zijn aansprekende voorbeelden. Tegelijkertijd stellen we vast dat de ontwikkeling van zulke initiatieven veel te weinig spin off genereert. Institutionele verandering en institutionele knowhow zijn nodig om de energietransitie werkelijk massa te geven ontbreken.
Er zijn twee zaken nodig om de lokale uitvoeringskracht te stimuleren. Ten eerste een veel sterkere en pro-actieve sturing op verduurzaming van het energieverbruik vanuit de landelijke overheid. Denk aan het doorberekenen van milieukosten in energieprijzen, maar ook aan de instelling van een ‘feed in’-tarief en voorrang voor duurzaam op het energienet. Maak, ten tweede, massa in gebiedsgerichte energievraagstukken. Denk dan aan bestuurlijke duo’s die koplopers en initiatiefnemers die hun nek uitsteken steunen. Organiseer lokale vraag en aanbod van energie, en zoek uit welke producten en ondernemers de beste waar voor hun geld bieden !
Dit staat allemaal in een institutioneel actieprogramma, dat het resultaat is van ons onderzoek. We pleiten voor een platform dat zich expliciet richt op de implementatie van zulke institutionele innovaties. Einddoel: institutionele vernieuwing in de energiemarkt, een schakelpunt tussen gebiedsgerichte energievraagstukken en landelijke institutionele kaders. Denk aan wat Habiforum voor gebiedsontwikkeling heeft betekend: lokale, regionale en landelijke overheden en bedrijven helpen elkaar bij nieuwe oplossingen voor juridische, organisatorische en financiële opgaven. Concrete resultaten moeten het handelsmerk van het platform zijn. Wat ons betreft kiest zo’n platform om te beginnen vijf lokale of regionale iconen en ondersteunt deze bij de institutionele opgaven waar ze mee te maken hebben.
Ons inziens is deze slimme combinatie van centrale en decentrale sturing, gericht op innovatieve koplopers en ondersteund door een gezaghebbend en actiegericht platform de aangewezen weg om de noodzakelijke energietransitie aanmerkelijk te versnellen.
Klik
hier voor het boekje Nieuwe energie, nieuwe instituties.