Advies 'Rijk in de regio' agendeert doorbraken in slagkracht Rijk in de regio
Omgaan met complexiteit
Vertrekpunt voor het advies is de stelling dat de toenemende complexiteit van de aard en omvang van de opgaven in het fysiek-ruimtelijke domein (‘externe complexiteit’) slagvaardiger kan worden aangepakt door een vereenvoudiging van de wijze waarop de rijksoverheid is georganiseerd en zijn taken uitvoert (‘interne complexiteit’). In het fysiek-ruimtelijke domein verschuift het accent van ‘uitbreiding’ naar ‘inbreiding’ en van ‘kwantiteit’ naar ‘kwaliteit’. Daarnaast komen ingrijpende en internationale opgaven op ons af, zoals klimaatadaptatie en energietransitie. Parallel aan deze toenemende externe complexiteit is ook de interne complexiteit sterk toegenomen. De arrangementen en instrumenten voor doorwerking van rijksbeleid kennen veel overlap en dubbelingen. En in het financiële rijksinstrumentarium zijn de verschillen in planningshorizon en procedures groot. Bovendien kan zelden de neiging worden onderdrukt om voor elke nieuwe opgave een nieuwe nota, organisatie of instrument te bedenken, zonder bestaande arrangementen beter te benutten.
Combinatie van cultuur- én structuuraanpassingen
Hoe kan de interne complexiteit dan worden beperkt en daarmee de slagkracht van beleid en uitvoering van het rijk worden vergroot? Het advies geeft aan dat een ‘dubbelstrategie’ van structuuraanpassingen in combinatie met cultuuraanpassingen de effectiviteit van overheidshandelen het beste kan vergroten. Het advies onderscheidt vier interventiemogelijkheden: 1) een scherpere explicitering van rijksbelangen in beleid én uitvoering, 2) gelijkschakeling van rijksinvesteringen naar ruimte, tijd en procedure, 3) Verdere integratie van de politieke aansturing en verantwoordelijkheden en 4) Stimulering van nieuw eigenaarschap en leiderschap bij bestuurders, politici en ambtenaren.
Koppeling rijksbelang en rijksuitvoering
Het advies bevat vele aanbevelingen om hieraan concreet invulling te geven. Bijvoorbeeld een ‘internationale ruimtelijke hoofdstructuur nieuwe stijl’ die zich beperkt tot die rijksbelangen waarvoor het rijk ook een sterke rol in de uitvoering wil spelen (directe koppeling rijksbelang én rijksuitvoering). Deze aanbeveling vloeit voort uit het principe dat rijk en regio gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het verkennen van de opgaven, maar dat één bestuurslaag besluit over fysieke ingrepen. Niet langer worden dan kaders geschapen om op decentraal niveau verder uit te werken of in te vullen. Nee, vooraf staat veel scherper vast wie voor welk besluit eindverantwoordelijk is. Vertrouwen op elkaars besluiten wordt dan belangrijker dan controleren wat de andere bestuurslagen gaan doen. De uitvoering van de ‘rijksbesluiten’ kan vervolgens krachtiger worden uitgevoerd door het huidige Infrafonds om te vormen tot een ‘Fonds voor de Leefomgeving’, eventueel met specifieke deelfondsen voor bijvoorbeeld Mobiliteit, Water, Groen en Verstedelijking. Zo worden de voordelen van het Infrafonds als langetermijninvesteringsfonds gecombineerd met een gelijktijdige en beter afgestemde inzet van rijksmiddelen. In deze lijn past ook een re-centralisatie van het deel van de middelen in het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), dat zich richt op rijksbelangen.
Integratie van politieke aansturing
Om de politieke aansturing verder te integreren, is een versterking nodig van het programmatisch werken tussen ministeries en een herschikking van departementen. Voorbeelden van het eerste zijn de aanstelling van programmaministers mèt vergaande coördinerende bevoegdheden, bijvoorbeeld voor ‘Verstedelijking en Mobiliteit’, ‘Duurzame energietransitie’, of voor ‘Investeringen in Leefomgeving’ (als volgende stap in coördinatie van rijksinvesteringen via het MIRT). Door samenvoeging van VenW en VROM ontstaat een nieuw departement voor de ‘Leefomgeving’. In een nieuw departement ‘Economische Zaken’ kunnen de economische sectorbelangen van dienstverlening, landbouw, industrie, energie en luchtvaart worden behartigd. Deze herschikking geeft een nieuwe basis voor structurele vereenvoudigingen in instrumentarium en een impuls aan cultuuraanpassingen als gevolg van wederzijdse beïnvloeding en menging van stijlen en competenties.
Cultuurverandering en competentieontwikkeling
Deze maatregelen zullen pas werkelijk tot verandering leiden als we ze combineren met een cultuurverandering in de bestuurlijke en politieke arena’s. Goed opdrachtgeverschap, eigenaarschap en persoonlijk leiderschap staan al langer bekend als dé succesfactoren van samenwerking. Dat vraagt settings waarin competenties ontwikkeld kunnen worden om met durf maatschappelijke opgaven aan te pakken. De nieuwe Wro beschikt over veel instrumenten die nog nauwelijks gebruikt zijn. De bestuurlijke durf om inpassingsplannen te maken wanneer gemeentegrensoverschrijdende belangen op het spel staan, is nog nauwelijks ontwikkeld. En ook kamerleden hebben een belangrijke sleutel in handen om het kabinet krachtiger en selectiever te laten optreden. Maar dat vergt zelfreflectie op het eigen handelen en meer consistentie in het eigen stemgedrag.
De komende weken doet zich de vrij zeldzame situatie voor dat het politieke, maatschappelijke én ambtelijke momentum kan samenvallen om doorbraken in de slagkracht van het rijk te realiseren. Als het eerste concept regeerakkoord binnenkort uitlekt, zullen we weten of die kansen zijn gegrepen.